Residentie

Mokhallad, die een goeie tien jaar geleden zelf als vluchteling in België aankwam, komt zes weken verblijven in het Rode Kruisopvangcentrum. Hij zal tussen de bewoners leven en uitgebreid de tijd nemen om met hen te praten. Het is niet in de eerste plaats zijn bedoeling om als een soort psycholoog te peilen naar pijn en tegenslag. In het kader van dit project wil hij het met de vluchtelingen vooral hebben over de toekomst, over dromen, over verwachtingen, over doelen stellen en over het geduld om die te realiseren. Naast die gesprekken plant Mokhallad ook een creatief-artistiek luik aan zijn residentie. Hij is er van overtuigd dat het troostend en verrijkend kan zijn om op een kunstzinnige manier naar de realiteit te kijken. De periode van zes weken wordt afgesloten met een openbaar moment, waarbij het publiek kan kennismaken met de creatieve arbeid van de voorbije weken.

Volgens Mokhallad Rasem is het leven in een asielcentrum is vergelijkbaar met de situatie in een wachtkamer. Een vorig leven is om welke reden dan ook afgebroken, een volgend leven kan nog niet echt opgestart worden. In een soort van tussengebied slingeren mensen tussen heimwee naar het verleden, het ‘verlorene’, en een verlangen naar een nieuwe, onzichtbare toekomst. Maar al te vaak is de aandacht verengd tot en gefixeerd op het al dan niet verkrijgen van een ‘papiertje’ dat respectievelijk recht geeft op het vormgeven van die nieuwe toekomst, ofwel dwingt tot een terugkeer naar een vorig leven dat men eigenlijk ontvlucht is. Het is erg begrijpelijk dat dat tussengebied voor vele mensen als een gevangenis aanvoelt. Mokhallad Rasem is er van overtuigd dat het verstarde denken van de asielzoekers bijgestuurd en opengebroken kan worden. Rasem spreekt uit eigen ervaring, want in 2005 hij verbleef zes maanden in het asielcentrum van Zemst. Volgens hem hoeft een verblijf in een asielcentrum niet per definitie gelijk te staan met een ‘tijdelijk ophouden van het leven’, maar is het mogelijk en noodzakelijk in die onzekere tussenfase al deuren te openen naar een nieuwe wereld, een nieuw bestaan. Om te beginnen is die nieuwe wereld voor vele immigranten ook echt nieuw. Vaak moeten ze eigen cultuur en tradities overstijgen om die te leren kennen. Ze moeten zich tot die nieuwe werkelijkheid verhouden, willen ze niet verzuipen, als ze éénmaal hun papiertje op zak hebben. Rasem kent voldoende voorbeelden van migranten die ten onder zijn gegaan aan drugs, alcohol en andere verleidingen die ze onvoldoende kenden en beheersten om er verstandig mee om te gaan. Daarnaast zijn er ook vele asielzoekers die nauwelijks nadenken over hoe straks hun leven vorm te geven in die nieuwe wereld. Bijgevolg begint de ellende soms pas echt goed als ze éénmaal hun papiertje gekregen hebben: waar te wonen, hoe aan werk te komen, enz. Het belang je te informeren over de wereld waarin je terechtgekomen bent, te durven dromen over je toekomst, verwachtingen te durven hebben, doelen te durven stellen, en bovenal bij dat alles de kunst van het geduld te oefenen. In feite zijn die strubbelingen universeel herkenbaar voor alle levens waarin het ‘denken wel eens dreigt vast te lopen’. Hoe blijf je dromen, hoe word je niet verbitterd, welke doelen stel je jezelf, hoe ga je met tegenslag om?

Tijdens zijn verblijf in het Rode Kruisopvangcentrum wil Mokhallad Rasem dicht bij de bewoners zijn en een intieme band met hen opbouwen. Ongeveer vier weken lang gebeurt dit via gesprekken die niet in eerste instantie peilen naar pijn en tegenslag- dus niet bij de psycholoog op de bank- maar eerder pogen- voorbij de frustratie- hun vaak gesloten ziel naar de maatschappij weer te openen. Het moeten gesprekken worden over de toekomst, over dromen, over verwachtingen, over doelen stellen, en over het geduld om die te realiseren. De gesprekken en de dagelijkse taferelen uit het asielcentrum worden gefilmd en als artistiek en documentair materiaal opgeslagen. Ter bevordering van de intimiteit en het welslagen van de operatie – bewoners van een asielcentrum worden vaak niet graag gefilmd – gaat Rasem zowel de interviews als het filmen zelf doen.

In de laatste twee weken van de residentie worden de gesprekken omgezet in een creatief proces. Wat dit concreet wordt, moet organisch voortvloeien uit de gesprekken zelf, maar in wezen ligt alles hier open. Het kan dus bij wijze van spreken het maken van een groot schilderij zijn met alle bewoners van het centrum. Het kan een soort conclusie zijn van alle gesprekken die eraan voorafgegaan zijn.

De creatieve arbeid is niet bedoeld als afronding van een verblijf maar wel degelijk als wezenlijk onderdeel van de residentie. Het is de concrete metafoor van de gedachte dat er bij voorkeur op een nieuwe en bewustere manier naar de werkelijkheid gekeken moet worden. De werkelijkheid die maar al te vaak verbleekt, wegvalt en lelijk wordt onder de stress van beroerde existentiële omstandigheden. Mokhallad Rasem wil de bewoners laten zien en ervaren dat het troostend en verrijkend kan zijn op een kunstzinnige manier naar de realiteit te kijken. Je zou het hele proces derhalve dus ook kunnen vangen onder de noemer: leren kijken. Opnieuw leren kijken. Het overstijgen van een soort denken waarin je opgesloten zit, en waardoor je niet meer echt kijkt naar de omgeving om je heen. Een leren kijken met nieuwsgierige ogen die de wereld proberen te doorgronden. Het leren kijken met kunstzinnige ogen, naar de wereld ‘die zich eigenlijk voor je uitbeeldt,’ om het met Pier Paolo Pasolini te zeggen.

Om dezelfde reden is het van wezenlijk belang dat Rasem in het centrum zelf gaat resideren en dat de kunst, door middel van zijn persoon en praktijk, letterlijk binnen de muren van het centrum, en dus te midden van zijn bewoners, gebracht wordt. Het is überhaupt een blijvende bezorgdheid van de kunstenaar om zijn praktijk bij de mensen te brengen en niet altijd te verwachten dat de mens zelf zijn weg moet vinden naar de kunst. Kunst die in de maatschappij staat, haar (doel)publiek en onderwerp opzoekt.